IN MEMORIAM · 22 JULI 2023

Hij vroeg om hulp: een familieverhaal over gemelde intimidatie

Volgens zijn nabestaanden zocht een homoseksuele Nederlandse man bescherming na oplichting. Zijn familie eist onafhankelijk onderzoek naar het handelen van politie en justitie.

R. Grofstein en de nabestaanden vragen of handelingen en nalatigheden van instanties zijn spanning hebben vergroot en verzoeken om onafhankelijk onderzoek. Dit is een familieverhaal, geen vastgestelde conclusie over de oorzaak van zijn overlijden. Suïcide is complex en kan zonder zorgvuldig bewijs niet aan één oorzaak worden toegeschreven.

Herdenkingsillustratie bij het familieverhaal over gemelde politie-intimidatie in Nederland
Image courtesy of Gay Justice Org

Hij vroeg om hulp. Hij kreeg intimidatie.

Hij meldde zich bij de politie als slachtoffer van oplichting. Hij was financieel uitgeput, bang en wanhopig. Hij vroeg niet om een gunst, maar om de bescherming waarop iedere burger in een rechtsstaat mag rekenen.

Volgens zijn nabestaanden kreeg hij die bescherming niet. Zij zeggen dat hij tijdens contacten met politie en justitie in plaats daarvan druk ervoer. Zij vragen om die contacten te onderzoeken naast de gedocumenteerde verslechtering van zijn psychische gezondheid; zij presenteren die contacten niet als een onafhankelijk vastgestelde oorzaak van zijn overlijden.

Zijn aangifte werd niet opgenomen. Zijn verhaal werd niet zichtbaar onderzocht. In plaats van de mensen te onderzoeken die hem volgens hem hadden opgelicht, werd hij zelf opgepakt. Voor hem en zijn familie bleef onduidelijk op welke concrete grond dat gebeurde.

Daarmee begon volgens de nabestaanden een patroon: niet het slachtoffer beschermen, maar het slachtoffer onder druk zetten.

Na zijn arrestatie kreeg hij een politieagent toegewezen die contact met hem hield. Dat contact had rust, veiligheid en duidelijkheid moeten brengen. Volgens de nabestaanden bracht het juist angst. Vooral 's avonds ontving hij berichten die hij als manipulerend, intimiderend en uitlokkend ervoer.

Hij dacht dat iemand eindelijk naar hem luisterde. Maar hij kreeg steeds sterker het gevoel dat zijn woorden werden verzameld om tegen hem te gebruiken. Dat de politie niet zocht naar de waarheid over zijn oplichting, maar naar een reden om hem opnieuw als probleem te kunnen behandelen.

Zijn nabestaanden beschrijven deze politiecontacten als een bron van zware spanning voor hem. Zij zeggen dat hij zich gecontroleerd voelde in plaats van geholpen, als verdachte behandeld in plaats van beschermd en alleen gelaten in plaats van gehoord. In die periode verslechterde zijn mentale gezondheid, had hij suïcidale gedachten en zag hij steeds minder een uitweg.

Waar bleef het Openbaar Ministerie?

De politie heeft bevoegdheden. Juist daarom moet haar optreden worden gecontroleerd. Daar ligt een belangrijke verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Het OM had volgens de nabestaanden moeten vragen waarom zijn aangifte niet werd opgenomen. Het had moeten beoordelen op welke grond hij was opgepakt. Het had moeten controleren of het contact met de politieagent professioneel, noodzakelijk en de-escalerend was. Het had moeten vaststellen of een kwetsbare burger werd geholpen of verder onder druk werd gezet.

Volgens de nabestaanden gebeurde dat niet.

Geen duidelijke beslissing.

Geen zichtbaar onderzoek.

Geen bescherming.

Geen uitleg.

Die besluiteloosheid was volgens hen niet neutraal. Als het OM niet ingrijpt, blijft het politiebeeld overeind. Dan blijft de burger achter met een dossier dat hij niet kent, een verdenking die hij niet begrijpt en een verhaal dat niemand lijkt te willen horen.

Hij was slachtoffer van oplichting, maar voelde zich volgens zijn nabestaanden steeds meer behandeld als verdachte. Hij werd failliet verklaard, raakte financieel verder in de problemen en voelde zich door de politie gedemoniseerd. Zijn vertrouwen in de rechtsstaat verdween.

Hij zei dat hij zich als homoseksuele Nederlander volledig rechteloos voelde in het land waarvan hij bescherming verwachtte. Dat was geen juridisch oordeel, maar een wanhoopskreet van iemand die meende dat zijn fundamentele rechten niet werden beschermd.

22 juli 2023

Op 22 juli 2023 maakte hij in zijn woning een einde aan zijn leven.

Zijn nabestaanden vragen om onafhankelijk onderzoek naar de contacten die hij als intimiderend of manipulerend ervoer, de bescherming die hem is geboden en de reactie van het Openbaar Ministerie. Suïcide is complex en kan zonder zorgvuldig bewijs niet aan één oorzaak worden toegeschreven. Dat neemt niet weg dat relevante handelingen en nalatigheden van instanties onpartijdig kunnen worden onderzocht.

De nasleep

Ook na zijn dood bleef de familie achter met procedures, schulden en kosten. Twee jaar later is zij nog steeds verwikkeld in een duur faillissementsdossier. Volgens de nabestaanden ontving zijn moeder rond de herdenkingsdag een declaratie van ongeveer €124.000 in verband met het faillissementsdossier. Zij stellen dat zij onvoldoende inzicht hadden in de verrichte werkzaamheden, de voortgang en het bereikte resultaat.

Een moeder verloor haar zoon. En rond de dag dat zij hem herdacht, kreeg zij een declaratie.

De kernvraag

De kernvraag blijft: wie neemt verantwoordelijkheid wanneer iemand om hulp vraagt, de politie hem niet beschermt en het OM niet ingrijpt?

De nabestaanden vragen niet om een oordeel zonder onderzoek. Zij vragen om behoud van alle relevante gegevens, volledige transparantie, onafhankelijk feitenonderzoek en toetsing van het handelen en nalaten van politie, justitie en andere betrokken instanties.

Een verhaal dat niet vergeten mag worden.

Redactionele noot: Dit dossier weerspiegelt het verhaal van de nabestaanden. Beschuldigingen die niet onafhankelijk zijn vastgesteld, worden als zodanig aangeduid. Suïcide is complex en kan niet zonder zorgvuldig onderzoek aan één oorzaak worden toegeschreven. Bij suïcidale gedachten kunt u contact opnemen met 113 Zelfmoordpreventie (113.nl) of uw huisarts.